Kul­ler­hahn in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkʊ·lɐˌhɔːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kul·ler·hahn
Plural: Kul­ler­hahns m de Kul­ler­hahn

Etymologie:

Woord afleidt van: Hahn