Lab­be­ree in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈla·bə·ɾɛɪ̯/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lab·be·ree
Niet gebruikt het pluralis f de Lab­be­ree
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: labbern + -ee