Sla­pens­tiet in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈslɔː·pənsˌtiːt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sla·pens·tiet
Niet gebruikt het pluralis f de Sla­pens­tiet
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Nu geiht dat na Bett! Dat is Slapenstiet!

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: slapen + Tiet