na in het Nedersaksisch

[1]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
Engels:
to
Duits:
=
nach
zu
[2]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
later as en bestimmte Tiet
Engels:
Duits:
=
nach
Examples:
[1] Na dree Weken weer de Urlaub vörbi.