En­kel in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› Enkel ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈɛn·kəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: En·kel
Pluralis: Enkels m de En­kel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Ik heff mi den Enkel braken.