Moors­lock in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmɔː͡ɐsˌlɔk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Moors·lock
Plural: Moors­lö­cker n dat Moors­lock
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Anus
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
negative Waarschuwing: deze onderbeduiding is een negatieve uitdrukking en zal in een neutrale context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Moors + Lock