kies­eetsch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkiːsˌɛːtʃ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: kies·eetsch
geen trappen van vergelijking
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: eten + -sch