E­ten in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› eten ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈɛːtn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: E·ten
Pluralis: Eten n dat E­ten
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Wannehr gifft dat Eten?
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Woord afleidt van: eten