Heck­lock in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɛkˌlɔk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Heck·lock
Plural: Heck­lö­cker n dat Heck­lock
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Heck + Lock