Por­no in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpɔ͡ɐ·nɔ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Por·no
Plural: Por­nos m de Por­no
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Sexfilm
Nederlands:
=
porno
Engels:
=
porno
Duits:
=
Porno