Kin­ner­por­no in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɪ·nɐˌpɔ͡ɐ·nɔ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kin·ner·por·no
Plural: Kin­ner­por­nos m de Kin­ner­por­no
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kind + Porno