hatt in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› Hatt ❔︎
hatter hattst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Antoniemen:
week
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[3]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
gau
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Föhr doch nich so hatt!
[4]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[5]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[6]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[7]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
mit veel Mineraalstoffen in
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Wi hebbt hatt Water.