Lin­nen­bü­del in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈlɪn̩ˌbyː·dəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lin·nen·bü·del
Plural: Lin­nen­bü­dels m de Lin­nen­bü­del
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Linnen + Büdel