Har­tog­dom in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈha͡ɐ·tɔç·dɔu̯m/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Har·tog·dom
Pluralis: Hartogdömer n dat Har­tog­dom
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Hartog + -dom