Bru­nen Dwarg in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈbɾuːn̩ ˈdva͡ɐç/
frase/zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bru·nen Dwarg
Plural: Bru­ne Dwar­gen m de Bru­ne Dwarg Nordniedersächsisch
Plural: Bru­ne Dwar­ge m de Bru­ne Dwarg
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Dwarg