Smeer­pe­sel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈsmɛɪ̯ɾˌpɛː·zəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Smeer·pe·sel
Plural: Smeer­pe­sels m de Smeer­pe­sel
[1]
perifere woordenschat
figuratiev
negative Waarschuwing: deze onderbeduiding is een negatieve uitdrukking en zal in een neutrale context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: smeren + Pesel