Sood­wa­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzɔu̯tˌvɔː·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sood·wa·ter
Niet gebruikt het pluralis n dat Sood­wa­ter
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Sood + Water