ka­no­nen­duun in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈka·noːn̩ˌduːn/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ka·no·nen·duun
geen trappen van vergelijking
[1]
perifere woordenschat
figuratiev
Examples:
He is kanonenduun nahuus störkt.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kanoon + duun