Jap­pe­ree in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈja·pə·ɾɛɪ̯/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Jap·pe·ree
Niet gebruikt het pluralis f de Jap­pe­ree
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: jappen + -er + -ee