pom­mersch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpɔ·mɐʃ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: pom·mersch
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Pommer + -sch