Heer­weg in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɛː͡ɐˌvɛç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Heer·weg
Plural: Heer­weeg m de Heer­weg
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Heer + Weg