Koh­steert in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɔu̯ˌstɛː͡ɐt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Koh·steert
Plural: Koh­steer­ten m de Koh­steert
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Koh + Steert