Wark­ka­mer in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈva͡ɐkˌkɔː·mɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wark·ka·mer
Pluralis: Warkkamern f de Wark­ka­mer

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: warken + Kamer