ver­sche­den in het Nedersaksisch

Uitspraak: /fəɾˈʃɛɪ̯dn̩/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ver·sche·den
verschedener verschedenst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Dor gifft dat verschedene Ansichten över.

Etymologie:

Woord afleidt van: ver-