ach­ter­sin­nig in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ax·tɐ·zɪ·nɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ach·ter·sin·nig
achtersinniger achtersinnigst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: achter + sinnig