Feld­ar­beit in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɛltˌa͡ɐ·baɪ̯t/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Feld·ar·beit
Pluralis: Feldarbeiden f de Feld­ar­beit
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Feld + Arbeit