Black­glas in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈblakˌɡlaz/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Black·glas
Pluralis: Blackglääs n dat Black­glas
Pluralis: Blackgläser n dat Black­glas
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Black + Glas