ö­ver­öögt in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈøː·vɐˌœɪ̯çt/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ö·ver·öögt
överögter överöögtst
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: över + ögen