Oog in het Nedersaksisch

Plural: O­gen n dat Oog
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
=
oog
Engels:
=
eye
Duits:
=
Auge
Examples:
Ik heff em deep in de Ogen keken.
[2]
geavanceerde woordenschat
Examples:
[3]
perifere woordenschat
Nederlands:
=
oog
Engels:
=
eye
pip
Duits:
=
Auge
Examples:
[4]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
=
oog
Engels:
=
eye
Duits: