ö­ver in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈøː·vɐ/ 🔊︎
prepositie
Afbreking: ö·ver
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
De Maand steiht över de Eer.
[2]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
[3]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
[4]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Examples: