Ut­reed in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /uːtˈɾɛːˑ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ut·reed
Pluralis: Utreden f de Ut­reed
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: ut + Reed