Ver­kehrs­mid­del in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfəɾˌkɛː͡ɐs·mɪ·dəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ver·kehrs·mid·del
Plural: Ver­kehrs­mid­dels n dat Ver­kehrs­mid­del
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Verkehr + Middel