Wa­sch­wa­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈvaʃˌvɔː·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wasch·wa·ter
Niet gebruikt het pluralis n dat Wa­sch­wa­ter
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: waschen + Water