A­cker­hoff in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈa·kɐˌhɔf/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: A·cker·hoff
Plural: A­cker­hööv m de A­cker­hoff
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Acker + Hoff