twee­stö­ckig in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈtvɛːˌstœ·kɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: twee·stö·ckig
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: twee + Stock + -ig