een­stö­ckig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɛːnˌstœ·kɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: een·stö·ckig
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: een + Stock + -ig