Arg­list in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈa͡ɐçˌlɪst/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Arg·list
Niet gebruikt het pluralis f de Arg­list
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: arg + List