Noord­at­lan­tik in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈnɔu̯ɾt·atˌlan·tɪk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Noord·at·lan·tik
Niet gebruikt het pluralis m de Noord­at­lan­tik
[1]
geavanceerde woordenschat
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Examples:
Iesland liggt in’n Noordatlantik.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Noord + Atlantik