Pe­per­sack in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpɛː·pɐˌzak/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pe·per·sack
Pluralis: Pepersäck m de Pe­per­sack
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratief
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Peper + Sack