Uitspraak in het Plat: /ˈanˌblɪk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: An·blick
Pluralis: Anblicken m de An­blick
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: an + Blick