Ef­fekt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ɛfˈfɛkt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ef·fekt
Plural: Ef­fek­ten m de Ef­fekt
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: