Ei­land in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈaɪ̯ˌlant/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ei·land
Pluralis: Eilannen n dat Ei­land
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Helgoland is en Eiland.

Etymologie:

Woord afleidt van: Land