Pa­ge­luun in het Nedersaksisch

Uitspraak: /pa·ɡə·luːn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pa·ge·luun
Plural: Pa­ge­lu­nen m de Pa­ge­luun
[1]
geavanceerde woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: