Ver­söök in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /fəɾˈzøːy̯k/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ver·söök
Pluralis: Versöken m de Ver­söök
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
try
Duits:
Voorbeelden:
En Versöök weer dat weert.
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Woord afleidt van: versöken