Stu­dent in het Nedersaksisch

Uitspraak: /stuːˈdɛnt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Stu·dent
Plural: Stu­den­ten m de Stu­dent
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: