Ra­dels in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɾɔː·dəls/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ra·dels
Pluralis: Radels n dat Ra­dels
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Schall ik di en Radels opgeven?

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: raden + -els