Pen­nen­schie­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpɛn̩ˌʃiː·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pen·nen·schie·ter
Pluralis: Pennenschieters m de Pen­nen­schie­ter
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratief
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Mien Vader weer ok son Pennenschieter, de keen Geld utgeven mügg.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Pennen + Schieter