Gietz­hals in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɡiːt͡sˌhals/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Gietz·hals
Plural: Gietz­häls m de Gietz­hals
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratiev
negative Waarschuwing: deze onderbeduiding is een negatieve uitdrukking en zal in een neutrale context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Gietz + Hals