E­benholt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɛːbm̩ˌhɔlt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: E·ben·holt
n dat E­benholt
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
OboeCrack, CC BY-SA 4.0
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Duits: