Boom in het Nedersaksisch

Plural: Bööm m de Boom
Plural: Bo­men m de Boom
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Stefan Wernli, CC BY-SA 2.5
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Engels:
trees
Duits:
=
Baum
Bäume
[2]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:
[3]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Stang, Balk